Artikel

Misvattingen over hoogbegaafdheid.

Nog steeds worden hoogbegaafden als wonderkinderen en geniën gezien waarvan het broodje wel gebakken is! Helaas zijn deze mensen en kinderen bijzonder kwetsbaar en hebben ze vaak last van hun hoogbegaafdheid. Dat hoeft niet, dat zou zo niet moeten zijn… maar het is nog wel een feit. Er zijn nog zoveel misvattingen die de ronde doen en die moeten echt de wereld uit! 

Een paar van deze misvattingen op een rij.

  • Een hoog IQ maakt je hoogbegaafd.

 

Uiteraard is een hoog IQ één van de kenmerken van een hoogbegaafd iemand. Toch is dat hoog IQ maar een klein deeltje van dat hoogbegaafd zijn. Het gaat over wie die persoon is, hoe hij de wereld ziet en er tegenaan kijkt,…. Het “zijn”is anders dan een niet hoogbegaafd persoon. 

  • Geef hem maar wat extra werk, zodat hij zich niet gaat vervelen.

Hoogbegaafden krijgen vaak veem extra oefeningen aangeboden in de klas.
Extra oefeningen van dezelfde leerstof werken de verveling en schoolmoeheid nog meer in de hand. Denken dat het met extra werk wel opgelost is, is dus een misvatting!

Compacten is de boodschap. Dit wil zeggen dat de leerlingen minder oefeningen zouden moeten maken. (Ja, inderdaad, je leest het goed, minder! Tenminste… minder van dezelfde leerstof.)
Van zodra een hoogbegaafd kind een stuk leerstof onder de knie heeft, zouden er verrijkingsoefeningen moeten worden aangeboden. Moeilijkere oefeningen, oefeningen op een ander level van de taxonomie van Bloom.

Deze kinderen leren namelijk vanuit inzicht. ‘Gewoon’ vanbuiten leren zonder het nut daarvan in te zien is dan ook een ramp bij de meeste hoogbegaafde kinderen.

  • Nu moet je boos worden, dit is onwil.

Als een berekening niet wordt opgeschreven komt het zinnetje ‘Hij wil niet’ al snel naar boven.
Een hoogbegaafde collega verwoordde het zoals de afbeelding.

Als jij het niet nodig hebt om een berekening op te schrijven… waarom zou je dat dan doen?
Bovendien is de berekening van de hoogbegaafde vaak totaal anders dan ‘aangeleerd’.

Niet willen en het nut er niet van inzien zijn twee totaal verschillende dingen!

Een hoogbegaafde collega van mij had een heel mooie anekdote. Toen hij een andere collega over haar zoon (ook hoogbegaafd) hoorde vertellen dat hij ‘niet wil’.
“Stop daar nu eens mee met dat te zeggen! Er is een fundamenteel verschil tussen iets niet willen en het nut er niet van inzien. Ik heb in mijn schoolcarrière één keer beslist om voor een leerkracht iets niet meer te willen doen. We hadden met twee slecht gescoord op een toets van Aardrijkskunde. De andere leerling had een 5 en die kreeg iets te horen in de aard van: “Jammer!”, maar ik kreeg een hele litanie over dat het toch echt niet kon dat ik een 5 haalde en dat ik beter mijn best moest doen! Dat was in mijn ogen totaal oneerlijk! Ik heb toen op dat moment beslist: ‘Voor u doe ik dit schooljaar niets meer!’. Het heeft vaak niet met ‘niet willen’ te maken!

  • Wij zien het niet in de klas, dus is er niets aan de hand.

Het is niet omdat de juf het niet ziet, dat het ook niet zo is! (En nee, de juf/meester kan er echt niet altijd iets aan doen!)

Hoogbegaafde kinderen of kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong worden niet altijd opgemerkt in de klas. Ze hebben de gave om zich aan te passen aan het niveau rondom zich.

Veel ouders hebben thuis een totaal ander kind dan dat de juf ziet in de klas.

Kinderen gaan terug brabbelen, houden hun pen ineens verkeerd vast en ‘leren af’ om te tekenen. Als ze al kunnen lezen, zijn ze dat in de klas ineens vergeten hoe dat moet.

  • Hoogbegaafden zijn kinderen die zichzelf leren rekenen en lezen.

Ook héél veel mensen denken dat hoogbegaafden zichzelf altijd leren rekenen en lezen.

Maar kinderen met een visueel ruimtelijke leerstijl (beelddenkers) en hoogbegaafden met dyslexie hebben gewoon een leerprobleem op het gebied van lezen.

Een psychologe verwoordde het zo: “Er is een extra klik die gemaakt moet worden en die komt er ook wel, maar het heeft wat tijd nodig!”

Lees ook: Help! Mijn kleuter wil letters leren. 

  • Die ouders pushen dat kind gewoon!

“Hij is nog maar vier hè!”
Dat kreeg ik eens te horen toen ik ergens aan tafel een vraag beantwoordde van onze zoon.
Ja, hij was nog maar vier! Maar hij wilde (en wil) graag alles weten en stelt dus honderden vragen.

Als hij geen antwoord krijgt, is hij teleurgesteld. Ik probeer dus altijd een antwoord te formuleren. (Of op te zoeken  )
Wij pushen ons kind dus niet, al lijkt dat misschien voor anderen zo. Hij wil echt wel héél graag van alles en nog wat weten en denkt over heel veel dingen heel ver na. Soms krijgt hij stress van het niet begrijpen…

“Mama, hoe komt het dat we op de aarde kunnen ademen en op de maan niet?” (4 jaar)
“Gaan jullie dan ook ooit dood?” (3 jaar)
“Die lijm van papier maché, waar maken ze dat van?” (7 jaar)
“Waarom maakt Hotwheels Star Wars auto’s? Oorlog tussen de sterren… daar rijden toch geen auto’s in de ruimte!”
“Waarom stemmen mensen nu voor een idioot als Trump als President?!”

Ga er dus niet van uit dat er pushende ouders achter de hoogbegaafde kinderen staan. Meestal is het gewoon de drive van de kinderen zelf die ervoor zorgt dat ouders meegaan met het enthousiasme en de leerhonger van hun kind.

  • Hoogbegaafde kinderen kunnen alles alleen!

“Dat moet toch fijn zijn, zo hoogbegaafd zijn?! Dan kan je alles in één keer en moet je niets leren! Geweldig toch?!”
 
Euhm – Sorry to burst your bubble, maar niet dus!
 
Hoogbegaafden hebben ook ondersteuning en hulp nodig en aangepast onderwijs. Ze springen inderdaad in de beginjaren vaak over de leerkuil, maar lopen dan wat later vast omdat ze zich geen studeer strategieën hebben aangeleerd.
Het nieuwe boek van Tessa Kieboom, waar hoogbegaafdheid met topsport wordt vergeleken is hier een echte aanrader, trouwens!

 
Hoogbegaafden hebben een grote kans op depressie en de zelfdodingscijfers liggen ook een pak hoger.
 
Veel hoogbegaafden presteren totaal onder hun niveau en zullen hun begaafdheid nooit ten volle kunnen ontwikkelen zonder hulp.
 
Hoogbegaafden zijn vaak erg perfectionistisch, wat ook problemen meebrengt.
 
Hoogbegaafden zijn vaak op één of ander vlak hoogsensitief en raken dus overprikkeld.
 
Het kan dus vaak ‘alles behalve fijn’ zijn. Het kan een heleboel problemen met zich meebrengen.
Onze zoon is zeven en was héél ongelukkig. Hij dacht van zichzelf dat hij dom was…. Gewoon omdat hij anders leerde dan de anderen rondom zich. Gewoon omdat hij voelde dat hij ‘anders’ was en er zijn vinger niet op kon leggen.
 
Hoogbegaafdheid hoeft niet altijd een probleem op te leveren, maar het kan wel!
Heb je een vermoeden? Wees waakzaam en trek op tijd aan de alarmbel!
De week van de hoogbegaafdheid loopt op zijn einde.
Het was aangenaam om artikels en dingen op TV te zien die gerelateerd waren.
Hopelijk helpen we allemaal samen de misvattingen rondom hoogbegaafdheid stilletjes de wereld uit!

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Related Posts